Geschiedenis Oldehove

Waar de Oldehove nu staat, stond omstreeks 1100 een kerkje dat in de 13e eeuw vervangen zou worden door een grotere, uit rode kloostermoppen opgetrokken kerk. Men kwam echter niet verder dan de aanleg van de fundering. In 1435 werden de dorpjes Oldehove, Nijehove en Hoek samengevoegd en de stad Leeuwarden ontstond. Vervolgens wilde men een groter godshuis. Zo kwam een driebeukige, aan Sint Vitus gewijde basiliek tot stand. Maar de Leeuwarders wilden net zo’n hoge toren als de Groningers (1469-1482 Martinitoren) en er werd een actie ontketend waardoor het geld binnen stroomde. Op 28 mei 1529 gaven het stedelijke bestuur en de kerkvoogden van Oldehove aan meester Jacob van Aaken de opdracht voor de bouw. Bouwmeester Van Aaken wilde elk risico uitsluiten en de Oldehove van een brede voet voorzien, geaccentueerd door acht zware steunberen met heiligen- en engelenbeelden. De beelden zijn er nooit gekomen. De voorzorgsmaatregelen mochten niet baten want de toren begon in noordwestelijke richting te verzakken, toen hij nog maar 10 meter hoog was. Van Aaken overleed na drie jaar en de nieuwe bouwmeester werd Cornelis Frederiks; voor slechts  één jaar. Daarna werd de bouw stilgelegd en bleven de Leeuwarders zitten met een niet afgewerkte toren. Met als bijzonder kenmerk dat de toren niet alleen scheef stond maar ook krom was. In 1570 werd Leeuwarden voor korte tijd bisschopsstad en de St. Vituskerk zelfs Domkerk. In september 1576 stortte de kerk in na een harde storm. De instorting werd door protestante Friezen als een vingerwijzing Gods gezien dat de Roomse Kerk niet lang stand zou houden. Inderdaad was Cunerus Petri de eerste en laatste bisschop van Leeuwarden en werd in 1578 uit Friesland verdreven. De muren van de kerk hielden het nog tot 1706 uit. De toren bleef een zorgenkind, want elke eeuw opnieuw moesten kostbare herstelwerkzaamheden worden verricht. In januari 2005 is het mysterie van de Oldehove ontrafeld: de toren blijkt gebouwd te zijn op het talud van een oude terp, wat de toenmalige bouwmeesters niet hadden voorzien.

Door de grote maatschappelijke ontwikkelingen in de tweede helft van de negentiende eeuw, werd Leeuwarden vooral belangrijk als stad met een centrumfunctie voor de regio. Terwijl landelijk gezien de positie van Leeuwarden sterk in betekenis afnam. Tegenwoordig is de situatie nog steeds zo. Binnen de relatief dun bevolkte provincie Friesland vervult Leeuwarden, met ruim 92.000 inwoners, de functie van centrumstad met een uitgebreid scala aan voorzieningen.

Meer informatie over Leeuwarden kun je vinden op de site van het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL).